-
De
gemiddelde temperatuur op de Aarde stijgt jaar na jaar maar
dat dit enkel het gevolg is van de toename van CO2 kan niet
zomaar bewezen worden, ook processen die te maken hebben met
zon- en maancycli kunnen een invloed hebben. In het verleden
zijn er immers ook temperatuursschommelingen geweest die
niets met uitstoot van fossiele CO2 te maken hadden (zie
het
broeikaseffect en
CO2
controverse). De Aarde warmde tussen 1900 en 2000 op met
0,6° C, dat is bewezen, en tegen 2100 zou dat wel eens met
5,8° C kunnen zijn. Het is vooral in de koudste maanden te
merken dat er een stijging van de temperatuur gebeurt. Dan
is de concentratie van CO2 ook relatief hoog omdat dan de
fotosynthese vermindert.
-
Waar
er nu al genoeg water is komt er meer (met overstromingen,
wegspoelen van goede grond, vernietiging van wegen en huizen
en bruggen enzovoort. Deze catastrofes zijn levensbedreigend
voor minstens 200 miljoen mensen), waar er nu al een
probleem is met watertekort zal dit nog erger worden, de
streek zal naar woestijn neigen (110 landen en 1,7 miljard
mensen worden er nu al door getroffen). Waterteveel én
watertekort hebben ook gevolgen voor de landbouw en de
voedselproductie, voor de gezondheid van mens en dier en
voor de natuurlijke leefgemeenschappen. Op 22 mei 2003
hadden er 273.750.000 mensen honger als gevolg van
onvoldoende landbouwproductie (tekort of teveel aan water,
tekort aan mineralen, oorlog) zie
www.osearth.com.
-
De
toename van CO2 heeft gevolgen voor de afbraak van ozon O3
(ook een broeikasgas maar belangrijk omdat ozon de
schadelijke UV stralen van de zon tegenhoudt!): hoe warmer
het oceaanwater wordt, hoe minder ozon, dit als gevolg van
aanvoer van meer ozonafbrekende stoffen die in de atmosfeer
komen. De zonne-energie zelf heeft ook invloed op de dikte
van de ozonlaag. Intense activiteit van zonnevlammen doet
ozon afbreken, vanuit het heelal dan. Minder ozon kan onze
gezondheid schaden omdat we meer aan UV stralen van de zon
blootgesteld zijn. Vooral kinderogen zijn gevoelig voor UV
stralen omdat de lens nog UV stralen doorlaat en zo het
netvlies onherroepelijk kan beschadigen. Ook voor vissen en
bepaalde kikkersoorten is de toename van UV stralen fataal
en dit omdat hun eitjes bijzonder gevoelig zijn aan UV
stralen en de soorten zo uitsterven.
-
33%
van de ijskap op de Kilimanjaro in Kenia is in de laatste 20
jaar afgesmolten. Verdwijnen van deze witte watermuts heeft
gevolgen voor de drinkwatervoorziening en de irrigatie van
landbouwprojecten en de energieopwekking uit waterkracht in
de regio. De ijskap fungeert immers als wateropslag: in het
regenseizoen wordt het water vastgelegd en in het droge
seizoen wordt het weer vrijgegeven.
-
Ook
in de Alpen smelt het eeuwige ijs en ook dit verschijnsel
zal de Alpen als waterreservoir voor Centraal Europa tijdens
de zomerperiode doen verschrompelen. Een teken van dit
verschijnsel was de vondst van de ijsman Ötzi in 1994.
Vijfduizend jaar heeft deze man verborgen gelegen onder
sneeuw, het broeikaseffect heeft zijn graf weggesmolten.
Stijgt de gemiddelde temperatuur nog 0,4°C dan zal er op de
Alpen tijdens de winter nog slecht sneeuw te vinden zijn op
meer dan 1500 meter. Sneeuwpret en wintersport zal beperkt
en exclusief worden.
-
Planten kruipen hoger op in de Alpen. De klimsnelheid zou 1
tot 4 m per decennium zijn. Ook de plantenrijkdom neemt toe.
-
In
1997 heeft het voor het eerst in 160.000 jaar geregend op de
Noordpool !
-
De
Noordelijk ijskap smelt beetje bij beetje en daardoor komt
extra fossiele CO2 vrij die in de permafrostbodem vastlag.
-
Door
het smelten van het ijs komen er massa's zoet water in de
Noordelijke zeeën. Daardoor ontstaan er twee 'stromen'van
koud water: het zoete water drijft bovenop het zoute en het
zoute en koude zeewater gaat via een onderstroom zuidwaarts
lopen en verlegt zo de loop van de warme golfstroom die aan
de Caraïben ontstaat. In plaats van naar onze streken af te
buigen, zou de golfstroom dan stilaan richting Atlantische
oceaan stromen. Dit zou als gevolg kunnen hebben dat West
Europa niet langer van het gunstig effect van de warme
golfstroom zal kunnen genieten en zullen we ons aan een
'Siberisch klimaat' moeten verwachten: zes maanden sneeuw en
ijs per jaar, kortere teeltperiodes voor de landbouw. Dit
zijn mogelijke gevolgen, of ze echt zullen optreden en
wanneer we de omschakeling zullen ondervinden , is niet
duidelijk.
-
Op
de zuidpool komen grote ijsbergen los en smelten langzaam
weg terwijl ze naar het 'Noorden' drijven.
-
De
eilanden Tebua Tarawa en Abanuea (deel van de republiek
Kiribati, ten zuiden van de evenaar) verdwenen onder de
zeespiegel in 1999, andere eilanden zijn eveneens bedreigd.
-
Koraalriffen lijden aan de opwarming van de zeeën waarin ze
leven: in sommige delen van de Indische Oceaan zijn 90 % van
de riffen reeds kapot gegaan. Dit heeft ook zijn gevolgen
voor de visstand en de toeristische economie van de eilanden
in de buurt.
-
Zuurstof lost het best op in water bij koele temperatuur.
Opwarming van waterbiotopen doet de concentratie van
zuurstof afnemen wat de waterdieren en planten in ademnood
brengt. Anderzijds verhoogt de fotosyntheseactiviteit van
planten de productie van zuurstof bij hogere temperatuur en
hogere concentraties van CO2. 70% van de opname van
CO2
en de productie van O2
gebeurt door algen. Gebrek aan mineralen en vervuiling
beperkt dit goede proces.
-
De
overlevingskans van watergebonden virussen en andere
gevaarlijke micro-organismen verschuift naar koelere regio's
waardoor meer mensen maar ook meer dieren en planten
gezondheidsrisico's lopen, zeker in streken als India en
Bangladesh, Zuid en Midden Amerika. Door het afsterven van
bepaalde organismen wordt het hele ecosysteem ontwricht.
-
1%
van het tropisch regenwoud verdwijnt jaarlijks door
rechtstreekse menselijke invloed, namelijk wegkappen omwille
van wegenaanleg, houtverkoop en ombouw tot (waardeloze)
akkertjes. De bosloze bodem is te arm om nieuw woud op te
laten ontwikkelen en evolueert naar woestijn of verdwijnt
door winderosie. Door de stijging van de temperatuur zou een
derde van het Amazone woud bedreigd zijn en afsterven zonder
rechtstreekse menselijke ingreep. Er zou minder regen
vallen, de hogere temperatuur en het tekort aan water zou
het meest kwetsbare deel van het Amazonewoud de genadeklap
geven. Evolutie naar woestijn is niet denkbeeldig. Door de
teloorgang van het woud verdwijnt een onschatbare reservoir
aan medicinale planten voor we ze zelfs konden toepassen.
-
Teloorgang van biotopen veroorzaakt ook vaak migratie en
aanpassing van soorten die elders overleven en daar het
ecologisch evenwicht beïnvloeden.
-
Uit
satellietwaarnemingen blijkt dat op het Noordelijke
halfrond, in de regio boven 40°noorderbreedte de vegetatie
de afgelopen 20 jaar steeds weelderiger is geworden. Op
sommige plaatsen is het groeiseizoen 18 dagen langer
geworden omdat de biologische lente een week eerder start en
gemiddeld 1,3 °C warmer is dan in de jaren '80 en de herfst
valt week later in. Dit is goed nieuws voor de opname van CO2 en voor de voedselproductie.
-
De
voedingswaarde en de weerstand tegen ziekten van de planten
daalt evenwel omdat er onvoldoende mineralen en
sporenelementen ter beschikking.
-
Onze
vogels reageren ook op de temperatuursverandering en de
vroegere lente: 19 op de 20 vogelsoorten beginnen vroeger te
broeden: de ekster bijt de spits af met 17 dagen vroeger dan
30 jaar geleden, de tjiftjaf 14 met dagen.
-
De
zwartkop komt einde maart al terug terwijl dat in de jaren
'60 en '70 van de vorige eeuw pas half april was. De
tjiftjaf is nu al begin maart terug, zo'n drie weken vroeger
dan 30 jaar terug.
-
Bomen lopen zes volle dagen eerder uit dan 30 jaar geleden.
-
Insecten die vroeger enkel in continentaal Europa
voortkwamen waar het warmer is trekken nu ook bij ons in: de
sikkelsprinkhaan bijvoorbeeld of het spitskopje dat vanuit
Frankrijk oprukt.
-
Veel
erger is het dat ook de malariamug hier (opnieuw) begint te
overwinteren. 50 tot 80 miljoen mensen komen er per jaar bij
om slachtoffer te worden van malaria en de behandeling tegen
malaria wordt steeds moeizamer.
-
New
York wordt nu en dan geteisterd door een zeer agressieve
muggensoort die zich als verstekeling vanuit een andere
regio heeft gevestigd dankzij de 'warmere' stadsomgeving.
-
Venetië "zakte" de laatste 100 jaar al 23 centimeter door
een combinatie van ruiming van de kanalen (met ontzanding
als gevolg) en stijging van het waterpeil in de lagune van
Venetië. Hierdoor barsten de fondamenten van de gebouwen en
staat de stad gedurende 200 dagen per jaar onder water. De
woningen zijn op de begane grond niet langer bewoonbaar. De
bewoners dragen meestal laarzen als ze buitenkomen.
-
Meer
natuurrampen zullen ons deel worden door destabilisatie van
het klimaat: In 2000 is het aantal rampen verdubbeld
tegenover 1996, 256 miljoen mensen werden er in meerdere en
mindere mate door getroffen. Voor de ontwikkelingslanden
betekende dit ruw geschat 500 miljard € aan materiële en
economische schade.
-
Het
aantal rampen en de daaraan gekoppelde schade nemen de
laatste jaren toe, dit doet de verzekeringsindustrie
beslissen om hogere franchises te vragen en in kwetsbare
gebieden slechts een beperkte schadeloosstelling te laten
gelden. Het feit dat de warmste jaren van de waarnemingen in
de laatste 10 jaar vallen en het aantal cyclonen en
overstromingen toenemen wordt voor de verzekeringsbranche in
verband gebracht met de klimaatsverandering.